Een eerlijk verhaal over meedoen in de kerk met autisme. Over stilte, worsteling en toch erbij horen.
In de afgelopen maanden, vooral sinds de geboorte van ons tweede kindje, lukt het me niet meer zo goed om vaak naar de kerk te gaan. De momenten dat het wél lukt, zijn vaak fijn, maar tegelijk ook confronterend. Ik verlang ernaar om de connectie met God en met andere christenen te zoeken. Maar juist daar loop ik ook meteen weer aan tegen de onderdelen van de dienst die voor mij moeilijk zijn. Misschien vallen die dingen extra op omdat ik er minder vaak ben.
Eén van die momenten is de stilte.
Als stilte geen rust is
In veel kerkdiensten zit ergens een moment van stilte. Vaak aan het begin, als voorbereiding. Even vertragen. Ruimte maken. Je richten op God. Het idee is mooi.
Maar in de praktijk gebeurt bij mij vaak het tegenovergestelde. Het moment van stilte overvalt me telkens weer. Opeens zijn we allemaal stil – en dan? Wat bedoeld is als een ankermoment, wordt voor mij een innerlijke storm. Gedachten schieten alle kanten op. Wat moet ik nu doen? Moet ik bidden? Iets voelen? Mijn ogen sluiten? Denk ik de juiste dingen? Hoelang duurt dit nog?
De stilte legt niets nieuws in mij neer, maar legt bloot wat er al is: onrust, drukte, verwachtingen. En misschien is dat ook precies wat stilte doet. Ze maakt zichtbaar. Ze vergroot wat er van binnen al speelt. Toch voelt het vaak alsof ik de enige ben die worstelt, terwijl de rest moeiteloos in rust verzinkt. Alsof iedereen het op een rijtje heeft en alleen mijn hoofd te vol is. Maar dat kan bijna niet waar zijn. Stilte is geen bewijs van innerlijke rust; het is eerder een spiegel. En waarschijnlijk razen er op datzelfde moment in veel hoofden gedachten heen en weer. Wanneer de voorganger weer verdergaat, voelt het soms alsof ik al met 1–0 achtersta. Alsof ik iets had moeten bereiken in die paar minuten.
Stil gebed en autisme: wanneer bidden niet vanzelf gaat
Een ander moment waarop de stilte mij inhaalt, is na het voorbedegebed. Soms volgt er ineens een stil gebed. Geen aankondiging, geen overgang. Gewoon: stilte.
En dan is het opeens: ga maar bidden. In mijn hoofd klinkt het ongeveer zo:
Oké. Bidden. Iets persoonlijks? Nee, dat voelt ongemakkelijk. Wacht ik gewoon tot het voorbij is? Maar misschien hoort het wel zo dat ik nu bid. Dat is toch wat een christen doet? Maar wat dan? Het moment is al half voorbij. Dit wordt niks. Kom op Hannah, zeg gewoon iets. “Wilt U bij alle mensen zijn die het moeilijk hebben…” Nee, dit is wel heel algemeen. Dit slaat nergens op.
En voordat ik mijn gedachten helemaal heb afgerond, is de stilte alweer voorbij. Iedereen opent zijn ogen. Alsof er in die paar seconden iets afgerond is, iets neergelegd, iets ontvangen. En ik? Ik voel opnieuw dat ik achterloop. Weer een gemiste kans. Weer niet “goed genoeg” gebeden. Als de dienst bijna afgelopen is, voelt het alsof de stand inmiddels 12–0 is.
Prikkels en gedachten: onzichtbare drempels in de kerk
Het is die eindeloze stroom aan gedachten die me voortdurend in de weg zit. Juist tijdens de stille momenten wordt die stroom zichtbaar. Omdat alles en iedereen om me heen zwijgt, op wat kuchjes en schuivende kinderen na, klinkt alles in mijn hoofd alleen maar harder.
Tijdens de rest van de dienst verschuift het telkens. Soms hebben mijn gedachten de overhand. Soms lukt het me om mee te bewegen met wat er gebeurt: een gebed, een lezing, een woord uit de preek dat blijft hangen.
Maar het is de muziek die ik het fijnst vind. Zingen vraagt iets concreets: woorden, melodie, ademhaling. Daar kan ik me aan vastgrijpen. De muur van gedachten die zich soms optrekt rondom mijn binnenwereld, krijgt dan scheuren. Niet omdat het ineens stil wordt in mijn hoofd, maar omdat er iets doorheen breekt.
Daar hoop ik elke dienst weer op. Dat er een moment komt waarop ik niet hoef te vechten tegen mijn eigen hoofd, maar gewoon mee kan doen. Even niet toeschouwer zijn van mijn eigen onrust, maar deelnemer. Even niet buiten mezelf staan, maar erin.
Meedoen in de kerk: het verschil tussen willen en kunnen
Zoals ik eerder schreef, voel ik mij soms een toeschouwer in plaats van deelnemer. Dat gevoel ontstaat juist in die kleine momenten waarin ik het idee heb dat ik niet kan wat er verwacht wordt: rust vinden in stilte, spontaan bidden, innerlijk rustig zijn. Ik kan daar oprecht van balen.
Soms knaagt zelfs de gedachte dat er iets mis is met mijn geloof. Dat een “goede” christen dit toch gewoon zou moeten kunnen. Tegelijk houd ik me vast aan iets anders. Aan de overtuiging dat aanwezig zijn óók meedoen is. Ik zit daar met een oprecht verlangen om God te zoeken. Ik sta, zit, zing en zwijg samen met de gemeente. En daarmee maak ik deel uit van iets dat groter is dan mijn innerlijke onrust: Gods gemeente. Dat neemt de worsteling niet weg. Het blijft ingewikkeld. Misschien is dat precies de spanning waarin ik sta: tussen verlangen en werkelijkheid. Tussen willen en kunnen.
Je bent niet de enige: herkenning, hoop en ontmoeting in de kerk
Misschien herken je dit. Dat je in de kerk zit en verlangt om mee te doen, maar merkt dat het niet vanzelf gaat. Dat je hoofd voller is dan je zou willen. Dat je twijfelt of je het wel “goed” doet. Je bent niet de enige. Er zijn meer mensen die in stilte worstelen. Die willen, maar niet altijd kunnen. Die zoeken naar hun plek in de kerk.
Hannah van der Horst-de Gelder (26) woont in Kampen met haar man, dochter en zoontje. Zes jaar geleden kreeg ze de diagnose autisme. Met haar blogs wil ze mensen informeren en inspireren over autisme.
—-
Misschien herken je dit, voor jezelf of voor iemand dichtbij. Of misschien zie je in jouw kerk mensen voor wie meedoen niet vanzelf gaat – en vraag je je af wat je kunt doen. Je staat er niet alleen voor.
Wil je een keer sparren over inclusie in jouw kerk? Of zoek je herkenning en wil je delen wat voor jou werkt of juist lastig is?
Onze consulenten denken graag met je mee. Stuur een mail naar martine@ditkoningskind.nl of woon een activiteit bij via de agenda op onze website (www.ditkoningskind.nl).