Terug

Vastlopen en weer opstaan – wat een datamigratie mij over mezelf leerde

30-06-2026

Ik ben datamigratiespecialist. Dat klinkt technisch, en dat is het ook. Maar achter elke migratie zit een menselijk verhaal. Dit is er eentje van mij.

Een project dat bijna te veel werd

Afgelopen jaar begeleidde ik een datamigratie voor een middelgrote non-profit organisatie. De opdracht: gegevens overzetten van het ene CRM-systeem naar het andere. Ik werkte samen met een projectleider en een Salesforce-implementatiepartner, beiden al bekend terrein. De inschatting was dat dit vergelijkbaar zou zijn met eerder werk. Ambitieus, maar haalbaar. 

Dat bleek anders uit te pakken.

Mijn aanpak, en wat er mis ging

Ik werk graag zelfstandig. Ik neem verantwoordelijkheid serieus — misschien te serieus. Toen de planning begon uit te lopen, dacht ik: ik los dit zelf op. Ik haal de achterstand in. Desnoods in mijn vakantie.

Maar ik communiceerde daar niet over. De wekelijkse overlegmomenten werden gaandeweg groter, met meer mensen aan tafel. De informele ruimte om te zeggen hoe ik er echt in zat, werd kleiner. En ik miste die ruimte — zonder dat ik het zelf goed doorhad.

In week 3 van dit jaar liep ik vast. Niet alleen in het project, maar ook in mezelf. De stress werd te groot. Ik moest eerlijk zijn: het ging niet meer.

Autisme en de valkuil van zelf alles willen oplossen

Voor mensen die mijn eerdere artikel hebben gelezen: dit is herkenbaar terrein. Door mijn autisme kost sociale communicatie mij extra energie. Ik weet dat. Ik heb tools ontwikkeld om daarmee om te gaan — AI Chat bots voor klantcontact, vaste routines, duidelijke structuren. 

Maar in dit project merkte ik een blinde vlek. Ik had onvoldoende ingezien hoeveel energie het kost om problemen niet te benoemen. Elke vergadering voorbijgaan zonder te zeggen wat ik nodig had, kostte mij meer dan ik dacht.

Mijn valkuil is niet dat ik dingen niet zie. Mijn valkuil is dat ik ze zie, maar denk: dit is mijn verantwoordelijkheid, ik los het zelf op.

Wat uiteindelijk hielp

Zodra ik eerlijk was — tegen de projectleider, tegen mezelf — werd het lichter. We schoven de planning twee weken op. Ik werkte tijdelijk vaker vanuit een rustigere omgeving. Ik had korter en directer contact, één op één in plaats van met een groep.

En het project? Dat is goed afgerond.

Wat ik meeneem

Terugkijkend was de crisis niet het gevolg van één grote fout. Het was een opeenstapeling van kleine dingen die elkaar versterkten: een ambitieuze planning, onvoldoende een vaste contactpersoon aan de klantkant, en ik zelf die te lang bleef denken dat ik het alleen moest oplossen.

De belangrijkste les: verantwoordelijkheid delen is geen zwakte. Het is juist wat een project sterk maakt.

Voor toekomstige projecten stel ik vooraf hogere eisen aan de beschikbaarheid van een goede coördinator aan de klantkant. Iemand die processen kent, vragen kan beantwoorden, en risico’s kan signaleren. En ik spreek eerder uit wanneer een planning onder druk staat — niet als bekentenis van falen, maar als professionele informatiedeling.

Wat mij drijft

Ik doe dit werk omdat ik goed ben in het ordenen van complexe informatie. In het zien van patronen. In het zorgvuldig overzetten van data op een manier die klopt. Dat zijn ook kwaliteiten die samenhangen met hoe mijn hoofd werkt.

Autisme geeft uitdagingen — maar het geeft ook iets mee. Precisie. Doorzettingsvermogen. De wil om het écht goed te doen.

Dit project heeft mij scherper gemaakt. En dat gun ik mezelf.


Dit artikel is geschreven met hulp van Claude. Tekst: Welmer van Horssen.

Wil jij een optimale website? Dan hebben we wat cookies van je nodig. Pas mijn voorkeuren aan