Terug

In gesprek met Tanja over informele zorg

10-12-2025

Tanja werkt als woonbegeleider bij Sprank – een bewuste keuze. “In het verleden heb ik verschillende functies gehad, maar ik merkte dat mijn hart ligt bij het directe contact met bewoners: er écht zijn voor mensen. Dat is wat mijn werk zo bijzonder maakt.”

Haar zorgcarrière begon 25 jaar geleden, geïnspireerd door een ontmoeting op de lagere school met een meisje met een beperking. “Ik voelde toen al dat ik van betekenis wilde zijn in het leven van een ander.”

Inmiddels werkt Tanja al 14 jaar op haar huidige locatie. Ze kent niet alleen de bewoners goed, maar ook de meeste verwanten. “Hoe langer je ergens werkt, hoe vaker je contact hebt en hoe makkelijker het is om een band op te bouwen. Ouders kennen je en dat schept vertrouwen. Bekende gezichten maken echt het verschil.” Wat haar het meest raakt in haar werk is de intensiteit van het contact. “Ik ken de mensen en leef met ze mee. Wat je samen opbouwt, laat je niet zomaar los. Je loopt een stukje mee in iemands leven, maakt dingen mee, deelt verdriet en vreugde. Je komt heel dichtbij – en dat is ontzettend bijzonder.”

Naast haar rol als begeleider is Tanja ook actief als vrijwilligerscoördinator en stagebegeleider. Vanuit deze functies is ze nauw betrokken bij de informele zorg.

Driehoekskunde: investeren in relaties
Een belangrijk inzicht dat Tanja heeft opgedaan in haar werk, is het belang van de driehoekskunde: de relatie tussen bewoner, verwante en begeleider. “Laat jezelf bewust zien aan verwanten,” zegt ze. “Zet je naam onder een mail of app, ook als die naar een algemeen adres gaat. Hoe vaker je naam voorbijkomt, hoe herkenbaarder je wordt. Dat lijkt misschien klein, maar het maakt het contact persoonlijker.” Tanja zorgt ervoor dat ze zichtbaar is, juist voor ouders die minder vaak langskomen. “Even een hand geven, een praatje maken, verbinding leggen – dat helpt echt.” Ze merkt dat het voor bewoners soms verwarrend is als ouders en begeleiding tegelijk aanwezig zijn. “Ze weten dan niet goed op wie ze moeten leunen. Daarom is het belangrijk om af te stemmen: wat is helpend voor de bewoner?” 

Ook voor ouders is het waardevol om te zien wie er voor hun kind zorgt. Daarom moedigt Tanja jonge stagiaires aan om zich zichtbaar en benaderbaar op te stellen. “Contact met ouders kan spannend zijn, maar het is zó belangrijk voor het vertrouwen.”

Informele zorg in de praktijk
Bij Dit Koningskind verstaan we onder informele zorg alles wat het netwerk – ouders, familie, vrienden, kerken en vrijwilligers – doet voor hun naaste. Het gaat om zorg en aandacht die voortkomen uit verbondenheid en liefde. Informele zorg is méér dan praktische hulp: het is nabijheid, samenleven en een vangnet vormen, vaak op momenten dat professionele zorg niet alles kan bieden.

Tanja herkent zich sterk in deze visie. Ze benadrukt dat informele zorg niet voor iedereen hetzelfde betekent. “Sommige bewoners willen geen bemoeienis van ouders bij medische afspraken. Zij zeggen: “Ik woon nu op mijzelf, dan wil ik niet dat mijn ouders zich nog met mij bemoeien”. Anderen genieten juist van een kop koffie of wandeling met verwanten. Maatwerk is hierin cruciaal. Niet iedereen kan hetzelfde bieden en niet iedere cliënt kan hetzelfde ontvangen.”

Informele zorg is volgens haar geen vervanging van professionele ondersteuning, maar een waardevolle aanvulling. “Wat ik het allermooiste zou vinden, is dat ouders of vrijwilligers iets aanvullends doen op de zorg. Niet omdat het moet, maar omdat ze willen. Het gaat om kwaliteit van leven. Niet groots of ingewikkeld: een spelletje, een wandeling, samen stofzuigen, een logeerpartijtje. Mensen denken vaak dat het iets groots moet zijn, maar het gaat juist om de echte aandacht.”

Samenwerken met ouders en vrijwilligers
Tanja ziet veel waarde in een actieve en open samenwerking. “We proberen niet alleen contact te zoeken als er iets mis is, maar juist ook om te delen dat het goed gaat,” vertelt ze. “Dat biedt meteen ruimte om af te stemmen: wanneer komen verwanten op bezoek, wat zijn hun plannen?”

Ze herinnert zich een situatie waarin een groep jongeren kwam knutselen met bewoners. “Tijdens het bezoek waren ze vooral bezig met hun eigen liefdesleven, wat verwarring veroorzaakte bij de bewoners. De begeleiding van zo’n groep én de nazorg voor bewoners vragen veel van begeleiders. Dit voorbeeld laat zien hoe belangrijk het is om vooraf goed af te stemmen en de regie te nemen. Samen moeten we zoeken naar wat het beste past bij de cliënt, het netwerk en de zorgprofessional.” 

Tanja benadrukt dat ouders niet automatisch terug in de rol van verzorger hoeven te stappen. “De begeleiding is er voor de dagelijkse taken. Ouders en vrijwilligers mogen juist de leuke dingen doen – dat wat het leven mooi maakt – of aanvullende taken oppakken. Tegelijkertijd zijn er ook ouders die graag willen helpen met dagelijkse zorg. Die ruimte moet er ook zijn.”

Wat Tanja als waardevolle aanvulling ziet, zijn huisbezoeken. “Soms gaan we bij ouders thuis langs. Dat geeft zoveel inzicht in waar de cliënt vandaan komt en zorgt voor verbinding. Als je iemands netwerk kent, kun je veel makkelijker samenwerken.”

Balans en grenzen
De balans tussen professionele zorg en ruimte voor informele betrokkenheid is soms zoeken, merkt Tanja op.
“Elke verwante is anders. De één wil graag meehelpen, de ander liever niet. En ook elke bewoner is uniek. Je moet steeds kijken naar wat past. Niet elk contact hoeft zorginhoudelijk te zijn – samen sporten of een wandeling maken werkt vaak beter dan samen naar de tandarts gaan.”

Wat Tanja raakt, is wanneer ouders zichzelf wegcijferen. “Dan hoor ik achteraf: ‘Ik was er wel, maar ik wilde je niet lastigvallen, je was vast druk.’ Maar ik wil juist graag dat mensen de vrijmoedigheid voelen om mij aan te spreken.”

Toekomst en hoop
Tanja ziet dat de menselijke maat in de zorg onder druk staat. “Ik ben bang dat we een bedrijf worden waar je alleen doet waarvoor je betaald wordt. Terwijl juist de warmte, de aandacht voor wat níét in een zorgplan staat, het verschil maakt.” Die warmte zit volgens haar in de informele zorg. “Ouders, verwanten, vrijwilligers, kerken – zij brengen iets unieks. Ze maken het leven van de bewoner mooier. En wij als professionals kunnen dan de basiszorg liefdevol blijven geven.”

Een wens die Tanja koestert, is dat deze visie behouden blijft. “Het gaat om mensen. En mensen hebben elkaar nodig.”

 

Informele zorg?

Meer weten over

Neem een kijkje op onze pagina over informele zorg. Hier lees je meer over wat wij doen en vind je informatie en inspiratie.

Wil jij een optimale website? Dan hebben we wat cookies van je nodig. Pas mijn voorkeuren aan